Zeeuwse mosseloogst op laagste peil in 30 jaar, oesters stabiel
Een nat 2024 trok een derde van de Zeeuwse mosseloogst weg, blijkt uit CBS-cijfers. De oesters, gekweekt in hetzelfde water, merkten er weinig van.

De Zeeuwse mosseloogst daalde in 2024 naar 21.700 ton, de kleinste oogst in dertig jaar, terwijl de oesterpercelen in de regio een van hun stabielere jaren hadden.
De cijfers komen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat de schelpdierpercelen van de Oosterschelde en de Waddenzee jaarlijks volgt. De oogst van 2024, de meest recente volledige telling, lag bijna 30 procent lager dan in 2023 en zo'n 80 procent onder de 105.000 ton uit 1994.
Het CBS wijst een nat jaar aan als voornaamste oorzaak. Hevige regenval bracht meer zoet water op de kweekpercelen, wat het zoutgehalte verlaagde en het plankton verminderde waar mosselen op teren. Achtenzestig procent van de oogst was biologisch geteeld, een aandeel dat blijft groeien naarmate meer kwekers hun percelen omschakelen.
Een kleinere oogst betekent geen duurdere pan mosselen. Nog niet.
Oesters zijn de uitzondering
De oesterproductie vertelde een ander verhaal. Kwekers teelden 27,3 miljoen oesters in 2024, bijna allemaal de Zeeuwse Creuse, de holle oester die de Nederlandse tafels domineert. Platte en Creuse-oesters samen kwamen uit op 2.700 ton, waarvan Creuse 94 procent voor zijn rekening nam.
Schelpdierteelt beslaat inmiddels 12.400 hectare Zeeuws water, verdeeld over 10.400 hectare mosselpercelen en 2.000 hectare oesterpercelen. Het verschil in lot tussen twee soorten die naast elkaar in dezelfde bekkens groeien, laat zien hoe uiteenlopend ze reageren op een nat jaar.
Het meeste van dat water stroomt naar één dorp. Yerseke werd eind negentiende eeuw het schelpdiercentrum van Nederland, toen mosselteelt de visserij op open water inhaalde, en de haven herbergt nog altijd de boten en veilingen die het grootste deel van de nationale vangst verwerken.
Wat het betekent op het bord
Een kleinere oogst betekent niet automatisch een duurdere pan mosselen. Nederlandse mosselen gaan vooral via langlopende contracten naar Belgische en Franse groothandelaren, en kwekers kunnen terugvallen op reservepercelen in de Waddenzee als de Oosterschelde achterblijft. Keukens die rechtstreeks bij Yerseke inkopen, in plaats van via de centrale veiling, merken een mager jaar doorgaans het eerst.
De tong- en scholvisserij op dezelfde kust kende dit jaar haar eigen aanpassingen, zoals Noordzee in september, tong omhoog en schol onder vuur beschreef. Tussen beide verhalen in is het beeld van het Zeeuwse water er een van een sector die schaarste beheert, geen seizoen van overvloed.


